RIVM: ventileren helpt om besmettingen via de lucht te beperken

Ventileren helpt om besmettingen met het coronavirus via de lucht te beperken. Dat stelt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een rapport dat naar de Tweede Kamer is gestuurd. Helemaal voorkomen kan ventilatie die besmettingen echter niet.

Ventilatie

Het RIVM deed onderzoek naar het effect van verschillende hoeveelheden ventilatie van binnenruimten op de ‘aerogene transmissie’, dat is de besmetting met het virus via kleine druppels (aerosolen) die over een grotere afstand dan anderhalve meter en een langere tijd in de lucht zweven. In vergelijking met niet-ventileren zorgt ventileren volgens de minimale eisen die bestaan in het Bouwbesluit 2012 er al voor dat de kans op aerogene besmetting flink kleiner wordt.

De mate van dit effect onderzocht het RIVM in verschillende binnenruimten; van een nachtclub tot een klaslokaal, een kantoorruimte en een supermarkt. Vooral in een nachtclub of concertzaal, waar veel mensen samenkomen, vermindert het ventileren het verwachte aantal zieken het meest, stelt het RIVM.

Woman opening window in the morning

Frisse lucht

Het zorgen voor frisse lucht werd in juli van dit jaar toegevoegd aan het rijtje met basismaatregelen waar het kabinet steeds aandacht voor vraagt. Het RIVM zei toen dat nog niet helemaal duidelijk was in hoeverre ventilatie helpt om het aantal besmettingen met het coronavirus naar beneden te brengen, maar adviseerde toch om de hele dag goed te ventileren.

Ventilatie neemt het risico op aerogene transmissie nooit helemaal weg, schrijft het RIVM in het onderzoek. “Ook bij heel veel ventilatie, waarbij de binnenlucht bijvoorbeeld elke 2 minuten helemaal wordt ververst, blijft een kans bestaan dat het virus op deze manier wordt overgedragen.” Andere manieren waarop mensen besmet kunnen raken, zoals besmetting binnen anderhalve meter, zijn in dit onderzoek niet bekeken.