Lekker zoet. Baklava met amandel en walnoot

baklava

Baklava is van oorsprong een Turks dessert, maar wordt ook in de Griekse keuken vaak gegeten. En daar is al jaren strijd over. De Grieken beweren dat baklava uit Griekenland komt en de Turken beweren dat het een Turkse uitvinding is.  Natuurlijk kun je baklava helemaal zelf maken, maar dat is een vrij bewerkelijke klus. En waarom zou je niet kant-en-klare filodeeg gebruiken? Een heerlijke mierzoete baklava. 

Ingrediënten Baklava

  • 75 gram amandelen
  • 50 gram walnoten
  • 175 gram suiker
  • Een halve theelepel kaneelpoeder
  • Een halve  theelepel kruidnagelpoeder
  • 1 pak filodeeg (ontdooid)
  • 75 gram boter (gesmolten)
  • 2 eetlepels honing
  • 1 eetlepel citroensap

Bereiden

  1. Hak de alle noten fijn en maak met 2 eetlepels suiker, de kaneel en kruidnagel een mooie mix. Houd dit even apart. Verwarm de oven voor op 175ºC.
  2. Bestrijk alle vellen filodeeg met de boter en leg op elkaar. Snijd doormidden en leg de helft van het filodeeg in de bakvorm. Schep het notenmengsel erop en druk aan. Beleg met het andere deel filodeeg en snijd de bovenlaag kruislings in. Bak circa 20 minuten in de oven. Verlaag de oven­ temperatuur naar 150ºC en bak 30 minuten verder.
  3. Kook intussen de rest van de suiker, 100 ml water en de honing op middel­ hoge stand tot de suiker is opgelost. Zet de warmtebron lager en kook in circa 5 minuten tot een siroop. Neem de pan van de warmtebron en giet het citroensap erbij. Roer goed.
  4. Snijd met een scherp mes de baklava in ruiten en giet de siroop erover. Laat helemaal afkoelen.
Lees ook  Aardbeienjam maken. Hoe doe je dat?